Hij doet ‘t hoor!
Voor het geval u daarover inzat: de Weber One Touch 57 cm Premium in appelgroene verschijning werkt prima. Zijn brikettenverbruik verhoudt zich tot m’n ouwe (en trouwe) 47 cm als die van een 12 cylinder Chevrolet uit 1968 tot een scootmobiel. Maar dat mag de pret niet drukken: wat een plek op dat rooster. Wat een sublieme temperatuurscontrole. En wat smaakt dat lekker!
Gisteren een hele scharrelkip in de tandoorikruiden gemikt. Vandaag een soort van kerstkrans, maar in plaats van bladerdeeg, spijs en gesuikerde vruchten met gehakt, uien en cherrytomaatjes. Weber rules!
Bacon
Dit is slechts een verslag, voor het recept: klik hier.
Op het forum, twitter en andere barbecue-blogs gonsde het al een tijdje over zelf bacon maken. Mijn nieuwsgierigheid was al snel gewekt. Niet alleen omdat ik bacon erg lekker vind, maar ook door de aparte manier van bereiden. Voor bacon heb je een stuk buikspek nodig van een pond of drie (let op de blik van de slager als je dat besteld). Dit vlees wordt vervolgens een week lang in je koelkast gepekeld voordat het op de barbecue gaat.
Pekelen was vroeger een heel gangbare vorm van het conserveren van vlees, maar tegenwoordig doen we dit nooit meer zelf. En als we gepekeld vlees kopen dan hebben we geen idee wat dat nou eigenlijk betekend. Leuk dus om dit zelf eens aan te pakken, in het kader van weet wat je eet.
Omdat het zelf maken van bacon groeit in populariteit is er vrij veel informatie te vinden op het net. Daarbij kwam al snel naar boven dat de methode die men thuis gebruikt meestal nitrietzout met een hoge concentratie (6,0%) vereist. Dit nitriet zorgt ervoor dat de groei micro-organismen wordt tegengegaan. Je kunt nitrietzout krijgen bij je lokale slager, maar dat is zout met een lage concentratie (0,6%). Het hoog geconcentreerde zout is hier nauwelijks te krijgen.
Gelukkig bood Noskos (wanneer komt je eerste boek uit?) me aan wat zout toe te sturen, waarvoor veel dank! Ook het recept is afkomstig van zijn site, dat zal ik dus hier niet herhalen. Wat ik jullie wel kan bieden is een set foto’s van de bereiding met daarbij een beetje commentaar, plus de mededeling dat de bacon heerlijk smaakt en snel zijn weg zal vinden in Homemade Spaghetti Carbonara, ontbijtjes en veel andere lekkere dingen.
Verbeterpunten:
- Geen ribvlees
- Iets minder zout
- Het vlees eerst aanvriezen voor het te snijden (gratis twittertip van Noskos)
Klik voor de rest van de foto´s…
Redneck hamburgerpers
Sommige ideeën zijn te simpel om te verzinnen voor mensen zoals ik. Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel daarmee dat ik gewoon niet verder kijk dan mijn neus lang is. Gelukkig hebben we tegenwoordig internet, zodat ik de goede ideeën niet zelf hoef te verzinnen maar gewoon tegenkom tijdens het surfen. Eén van die ideeën geeft het antwoord op de vraag: hoe maak ik een mooi gevormde hamburger?
Hamburgers zijn lekker, en gemakkelijk te maken. Probeer ze alleen maar eens mooi te vormen. Het worden altijd van die grillig vormgegeven, iets te dikke schijven. Eigenlijk een platte gehaktbal. En dat is nu juist wat we niet willen!
Noskos (daar is hij weer) had het ultieme idee: de Redneck Hamburgerpers! Men neme een blik Jodenkoeken. Eet alle koeken op en bewaar het deksel van het blik. Dit deksel, beste lezer, is vanaf nu uw hamburgerpers! Plaats het deksel ondersteboven op het werkblad. Deponeer er vershoudfolie in en druk er de juiste hoeveelheid gehakt in. Eenmaal gevuld de randen van het folie er overheen slaan, omdraaien en stevig aandrukken. Zie hier uw 150 grams perfect gevormde burger, hygiënisch verpakt.
- Blik Jodenkoeken
- Het resultaat
Tandoori Chicken
Een vriend wees me op een fijne uitgebreide toko in centrum Schiedam. Geen plek waar ik graag kom, Schiedam, maar nood breekt wet. Met potten vol fenegriekblad, garam masala, turmeric, kurkuma en tandoorikruiden verliet ik het pand.
Tandoori chicken.
Meng de tandoorikruiden met yoghurt. Goed proeven: het mag best een beetje pittig wezen. Snijd wat kipfilets in blokjes en marineer in het tandoorimengsel. Voeg naar smaak wat koriander en chili toe. Knoflook wil ook nog weleens helpen. In dit geval heb ik de kip uitgestald op een aluminium schaal, geflankeerd door ananas en paprika. Halfuurtje indirect op de Weber is voldoende. Voeg naar smaak rookhout toe. Vooral aan de ananas geeft dat een heel apart smaakje. Grill niet te lang: door de marinade is de kip lekker mals. Te lang grillen maakt de kip taai.
Het geheel geserveerd met een champignon/rijstcurry en ananas in yoghurt. Flesje rosé erbij. En dankzij de zomertijd: een aangename temperatuur en voldoende licht om bij te werken.
Meatloaf – an American original
We hebben ‘m al eerder behandeld als ik me niet vergis. Maar ik wil jullie deze niet onthouden. Prima bbq-weertje natuurlijk gisteren. Verder niks speciaals in huis gehaald, dus koken à l’improviste uit de vriezer. Wat treffen we aan? Pond half-om-half van een goede slager. In de koelkast nog een mooie stapel bacon en op het aanrecht wat groente. Daar kunnen we wat mee: aan de slag!
- (ruim) pond gehakt
- kruidenmengsel (in dit geval mexicaans)
- ei, paneermeel, peper, zout en knoflook naar smaak, drupje tabasco is ook lekker
- ui, paprika, tomaat
- geraspte kaas
- bacon
Bekleed een ovenschaal met de plakjes bacon. Laat ze ruim over de rand hangen. Meng het gehakt met het ei, de paneermeel, de knoflook en de kruiden. Druk driekwart van het gehakt in de ovenschaal, ook tegen de randen zodat er een bakje ontstaat. Vul de holte met de in stukken gesneden uien, paprika en tomaat. Dek af met een mooie laag geraspte kaas – ik gebruikte oude kaas voor een beetje pit. Gebruik de rest van het gehakt als deksel: druk goed aan een bedek met de overlappende bacon. Keer de ovenschaal op een aluminium grillschaal (van de Xenos ofzo), bestrijk de bovenkant met een beetje olijfolie en kruid naar smaak (bijvoorbeeld provencaals). De hele handel in de koelkast tot gebruik.
Webertje aansteken. Kooltjes aan één kant, onderrooster afdekken met folie. Beetje knijpen tot 170 à 180 graden. In eerste instantie ruim rookhout op de kooltjes (hickory in mijn geval), en dan de schaal met meatloaf erop. Reken op een uurtje tot vijf kwartier voor optimaal resultaat. Lekker met gebakken aardappels! Een stevige rosé erbij wordt van harte aanbevolen. Het lijkt wel lente!
Rosbief
Ja, ja…….ik weet het. De afgelopen tijd heb ik niet zoveel van me laten horen. Maar….het is nou ook niet zo’n lekker weer geweest de laatste tijd. Nou laat ik me niet snel tegen houden door een beetje minder weer, maar die sneeuw en zo vond ik maar niks.
Afgelopen weekend heb ik echter de 57 weer uit het vet gehaald. Er stond Rosbief op het menu. Nog nooit gedaan omdat iedereen mij altijd vertelde “dat is moeilijk”. En…..dat is ook zo. Of in ieder geval….het luistert heel nauw.
De voorbereiding is geen kunst.
Bij de Sligro een mooi stuk rosbief gekocht. Eerst een beetje peper en zout, daarna de bovenkant geheel ingesmeerd met fijne mosterd. (mag best wat dikker worden aangebracht).
Daarna fijngehakte kruiden zoals peterselie, thijm en koriander, je kunt nemen wat jou lekker lijkt, in de mosterd gedrukt, zodat er een volledig groene bovenkant ontstaat.
De barbecue aansteken, indirect, en de temperatuur op ca 160 graden brengen.
Het is van belang dat de temperatuur gelijkmatig blijft. Breng een thermometer aan zodanig dat de punt van de thermometer in het midden van het stuk vlees zit. De begin temperatuur van het vlees was in dit geval 11 graden.
Nu was het alleen nog maar een kwestie van precies op tijd het vlees van de BBQ afhalen.
Dit moet op het moment dat de temperatuur 48 graden is. Daarna nog een kwartiertje tot 20 minuten laten rusten in folie. In die tijd kan je mooi even de bijbehorende Vlaamse frietjes frituren. De rosbief in mooie dunne plakken snijden en smullen maar. Zie voor het resultaat bijgaande fotootjes. Het maal was helemaal compleet door het toetje; appeltaart volgens het recept van Jan. (nogmaals dank hiervoor Jan!)
B.R.I.N.T.A.
Spare Ribs, al vele malen besproken, ook op dit blog. Kijk maar hier, hier, en hier. Denk je aan barbecueën, dan denk je aan spare-ribs. Vroeger al, wanneer we in m’n ouderlijk huis gingen barbecueën. Mijn vader noemde ze alleen “platte krabbetjes“. Ze werden een nacht lang gemarineerd en vervolgens in een kwartier gecremeerd. En dat was nog lekker ook!
Tegenwoordig grenst het bereiden van een setje spare ribs aan hogere wiskunde. Zoek maar eens op een willekeurige BBQ site. Je komt er ongetwijfeld de term B.R.I.T.U. tegen: “Best Ribs In The Universe”. Met zo’n naam is er weinig meer te verbeteren, eigenlijk is de lol er dan een beetje af. Er moet natuurlijk altijd wat te verbeteren blijven, toch? Maar de perfectie zoveel mogelijk benaderen is natuurlijk wel een mooi doel.
Nu ik iets meer van barbecueën weet (maar nog lang niet genoeg) gaat het er in dit huis iets anders aan toe dan vroeger bij mijn ouders. Afgelopen weekend heb ik weer eens een nieuwe techniek geprobeerd, en ik kan alvast verklappen dat deze zeer goed is bevallen. Mijn wederhelft houdt niet van kluiven, maar vroeg wel om meer!
Bij de Sligro heb ik na een tip van NOSKOS een potje Bone Suckin’ Sauce Rub gekocht. Hun motto: ‘Nuff Said! Dus… Goed, de ribs werden op de gebruikelijke manier geprepareerd: het vlies aan de holle kant werd verwijderd met behulp van keukenpapier voor de grip. Vervolgens werd er de rub op gewreven. Hop, het spul netjes in folie verpakt om een nachtje in de koelkast te bivakkeren.
De volgende dag vroeg in de middag de Q aangestoken met een kleine hoeveelheid kolen. Dit kan met de retratsnettekirb methode of de minion methode. Hou de Q de hele bereidingstijd rond de 120° Celcius en leg de ribs er zo’n 3 uur in. Als het vlees zich dan van het been heeft teruggetrokken komt de tweede fase: leg de ribs met een weinig appelsap en honing in een vuurvaste (evt. aluminium) schaal en dek deze af met aluminiumfolie. In deze fase wordt het vlees gestoomd. Na ½ tot 1 uur komt fase drie: haal de ribs weer uit de schaal en bestrijk ze met honing, vermengd met de gebruikte rub. Zo kunnen de spare ribs nog een klein uurtje op het rooster blijven liggen.
Mijn ribbetjes waren echt om je vingers bij op te eten. Ik wil niet zover gaan om ze de “Best Ribs In The Universe” te noemen, maar dit waren toch zeker de “Best Ribs IN The Area”: B.R.I.N.T.A.!
- De basis
- Het vlies verwijderen
- Het resultaat
- Lekker toch?
Gerookte beenham
Men neme een beenhammetje. Niet kinderachtig doen: vers van de slager en niet vacuum getrokken door een grootgrutter. Met honing en mosterd (en diverse secret ingredients) een papje gemaakt en de ham hier heerlijk in laten marineren.
Het was droog toen ik de barbecue aanstak, en een graadje of 9. Niet onaangenaam. Toen de Weber goed en wel brandde openden de hemelsluizen zich, inclusief verraderlijke windstoten. Goed voor de trek in de ketel. Temperatuur constant op een graadje of 150-160, mooie chunk hout op het vuur en roken maar!
Op dat moment in de oven: dauphinois. Room, aardappelschijven, zout, peper en nootmuskaat. Niets meer, niets minder. 2 uur op 180 graden, tot de aardappels zijn verzadigd door de room. Resultaat: verrukkelijk.
Dessert: pittige geitenkaas omwikkeld met spek van de bbq. Overgieten met honing. Laat de lente maar komen!
Kloostervarken
O, pardon. Nee, ik schold je niet uit, althans, dat was in ieder geval niet de bedoeling. Ik wilde een blogje wijden aan Livar, het Limburgs Kloostervarken. En dan gaat het niet over een geloofsfanaticus maar over viande de porc exclusive. Een stukje authentiek, ambachtelijk en eerlijk vlees dus. Op een viertal bijzondere boerderijen in het mooie Limburgse landschap wordt een aantal lieve bontgekleurde varkentjes vertroeteld en verwend. Het resultaat is een heerlijk stukje varkensvlees dat smaak heeft, je proeft het echt!
Het is allemaal begonnen op kloosterboerderij van Abdij Lilbosch in Echt. In het jaar 2000 is Livar een samenwerking gestart met de abdij om op een maatschappelijk verantwoorde manier varkens te hoeden en vlees van de beste kwaliteit te produceren voor de top van de markt, zo schrijft men op de website. Het vlees viel zo goed in de smaak dat de kloosterboerderij al snel te klein werd. Op alle vier locaties waar de varkens nu gehouden worden gelden dezelfde omstandigheden. De dieren krijgen er voldoende ruimte om te scharrelen, een uitgebalanceerde voeding en een heerlijk bedje van stro om in te slapen.
Ook de dierenbescherming is positief over Livar, en ook nu wordt nog steeds gewerkt aan het verbeteren en verduurzamen van het hele houderijsysteem. “Ook wat dierenwelzijn betreft getuigt de keuze voor varkensvlees van Livar van een goede smaak”, zo laat men namens de dierenbescherming optekenen.
Het Livar varkensvlees is bij diverse goede slagerijen te koop. Het is ook verkrijgbaar bij mijn lokale Sligro in Rotterdam Spaanse Polder.




























