Artikelen met de tag ‘roken’
Gerookte makreel
Afgelopen week hebben we de rookoven voor op de Weber vervolmaakt. Een rooster voor een waterbak in het midden en een heus luikje om het rookhout toe te voegen.
Vanochtend op de markt een 7 tal makreeltjes op de kop getikt. “Gestoomd, meneer?” “Nee, beste visboer. Rauw graag, wel schoongemaakt.” Verbaasde blikken alom. Kennelijk is rauwe makreel geen gangbare bestelling meer tegenwoordig. De makreeltjes hebben daarna een uurtje gezommen in een pekeloplossing. De verhouding is simpel: net zoveel zout aan het water toevoegen tot de makrelen blijven drijven.
Daarna de vissen aan de aluminium pennen geregen. Briketten heet, een mix van appel- en pecanhout erop. De rookwolken stijgen op. Makrelen erin. Temperatuur strak op 100 graden. Drie kwartier roken is genoeg.
Rilette van Makreel
Men neme:
- Makreel, schoongemaakt, vel en graten verwijderd
- Yoghurt
- Sjalotje, heel fijn gesnipperd
- Peper, eventueel zout
- 50 ml witte wijn
- 100 gram zeer zachte roomboter
Alles in een grote kom doen en met behulp van een vork fijnwrijven. Géén keukenmachine gebruiken, dan krijg je makreelzalf. De textuur van de vis moet herkenbaar en proefbaar blijven. Serveren met warm stokbrood, augurkjes en olijfjes. Héérlijk!
Kreeft
Kreeft, da’s weer eens wat anders dan 148 kilo speklappen en braadworsten. Verse kreeft is eigenlijk niet goed te doen, als je er al aan kan komen, dan zit je met een stel van die spartelende beesten die helemaal geen zin hebben in een kwartiertje op de weber.
Je zal ze moeten voorkoken. Bouillon maken , levende kreeft erin en na een minuutje of 10-15 zijn ze gaar. Levende dieren in de pan doen, daar krijg ik thuis wat problemen mee, is zielig enzo, dus dan maar voor de makkelijkste optie gekozen. twee kreeften, gekookt en diepgevroren in zout water.
Zo is het wel heel makkelijk. Kreeft is van zichzelf al lekker van smaak en heeft maar weinig nodig.
De kreeften in de lengte doorsnijden, de zgn Butterfly-cut. Met een echt kreeftenmes natuurlijk. Wie heeft die nou niet in de kast liggen? Botersaus maken (knoflook fruiten, boter smelten, peper, zout) en erover smeren.
De bbq opstoken tot ca 220 graden en een paar stukjes rookhout erop. De kreeft-helften kunnen erop met de vleeskant naar beneden en even direct grillen. Na een paar minuten omdraaien en aan de koele kant leggen, let op dat de schaal niet verbrandt, anders gaat het echt behoorlijk stinken. Deksel dicht en de luchtopeningen ook, zodat de rook lekker in het vlees kan trekken.
Dan nog een klein beetje botersaus op het vlees smeren en de kreeften kunnen op tafel. De groene prut in het midden zijn de ingewanden en half verteerd eten, dat is bitter dus kan je weggooien. Krijg je de scharen niet open? Gebruik dan een waterpomptang of je kan met een zwaar mes op het dikste deel tikken om de schaar open te breken.
Wat drinken we er bij?
Champagne natuurlijk, Cava of Prosecco kan natuurlijk ook, of een Meursault.
Gerookte beenham
Men neme een beenhammetje. Niet kinderachtig doen: vers van de slager en niet vacuum getrokken door een grootgrutter. Met honing en mosterd (en diverse secret ingredients) een papje gemaakt en de ham hier heerlijk in laten marineren.
Het was droog toen ik de barbecue aanstak, en een graadje of 9. Niet onaangenaam. Toen de Weber goed en wel brandde openden de hemelsluizen zich, inclusief verraderlijke windstoten. Goed voor de trek in de ketel. Temperatuur constant op een graadje of 150-160, mooie chunk hout op het vuur en roken maar!
Op dat moment in de oven: dauphinois. Room, aardappelschijven, zout, peper en nootmuskaat. Niets meer, niets minder. 2 uur op 180 graden, tot de aardappels zijn verzadigd door de room. Resultaat: verrukkelijk.
Dessert: pittige geitenkaas omwikkeld met spek van de bbq. Overgieten met honing. Laat de lente maar komen!












